Natuurbeheer

 

Minder gazon

Verklein je oppervlakte gazon tot de oppervlakte die je ook werkelijk gebruikt. Minder gras afrijden bespaart je onmiddellijk een hoop werk. Op die vrijgekomen ruimte kun je onderhoudsvriendelijke groenvormen aanplanten, bijvoorbeeld een struikengordel met schaduwplanten eronder.

Als je liever niet inboet aan oppervlakte gazon, kun je:

-Voorjaarsbloeiende bollen aanplanten zoals narcis en krokus. In de lente heb je dan een kleurrijk beeld en je hoeft pas een eerste keer te maaien in mei.

-Een stuk ‘effectief onbenut gazon’ behouden en tegelijkertijd een ander deel van je gazon hoger laten worden. Bij hoger gras (hooilandje) volstaat het om tweemaal per jaar te maaien.

-Kiezen voor traaggroeiend gras.

Als je tot de conclusie komt dat je je gazon helemaal niet gebruikt, dan kun je het hervormen tot een bloemenweide met kort gemaaide graspaden er doorheen. Het levert je veel minder onderhoud op, kinderen kunnen bloemen plukken uit de bloemenweide en hoog gras is erg interessant als schuilplaats voor allerlei nuttige insecten.

 

 

Alternatieven voor hagen

Een strak geschoren haag wordt doorgaans 2 à 3 keer per groeiseizoen gesnoeid. Als de haag de hele tuin omsluit, is dit al snel goed voor heel wat uren snoeiwerk. Door de haag te snoeien in juli kun je het snoeien beperken tot één keer per jaar. Vanaf juli korten immers de dagen en dit zorgt voor een tragere plantengroei.

Als het wat minder strak mag, kun je ook kiezen voor een bloesemhaag. Dit is een haag die uit soorten bestaat zoals Gelderse roos, meidoorn, liguster, … De bedoeling van de bloesemhaag is dat je ze in bloei laat komen en ze pas nadien snoeit. Eenmaal snoeien per groeiseizoen is dan al voldoende. Een meidoornhaag snoei je tussen 1 november en 1 maart.

Heb je wat meer plaats in de tuin, dan kun je een aaneensluitende rij van los uitgroeiende struiken voorzien. Als je ze kiest op basis van de gewenste hoogte, hoef je ze in principe niet te snoeien.

Een heg vormt ook een onderhoudsvriendelijk alternatief voor een strak geschoren haag. Die hoef je maar om de 4 jaar terug te snoeien.

 

 

Gelaagdheid

Gelaagdheid brengt structuur en variatie. Vogels, vlinders en nuttige insecten hebben nood aan een gevarieerde omgeving. Een tuin die alleen maar uit kort gemaaid gazon bestaat, is bijvoorbeeld niet erg afwisselend.

Variatie brengen in je tuin is een sleutelwoord. Hiermee bedoel ik enerzijds variatie in planten -veel verschillende plantensoorten dus- en anderzijds variatie in structuur en in groenvormen, bijvoorbeeld een stukje hoog gras afgewisseld met kort gemaaid gras, een haag, een bloemenborder, struiken, een boom, of hogere beplanting naast lagere beplanting. In die verscheidenheid vinden vogels en allerlei nuttige insecten voedsel zoals nectar, bessen en zaden, maar ook beschutte plekjes en nestplaatsen.

Voor variatie heb je niet noodzakelijk een grote tuin nodig. In kleine tuinen en stadstuintjes en op binnenplaatsen kun je net zo goed voor afwisseling zorgen. Denk maar aan een klein boompje met daaronder lage beplanting of een klimplant tegen de muur.

 

 


 

Verder naar: